07-11-08

Voorkoming van foltering (2)


cachotComité ter Preventie van Foltering (CPT)

2. Namen

- Detentie-omstandigheden

Omwille van plaatgebrek in de psychiatrische annex zijn worden geïnterneerden opgesloten tussen de overige gedetineerden (voorlopig gehechten en veroordeelden), wat voor de nodige spanningen zorgt.

De delegatie vermeldt verder dat zij vernam dat een bewaarder zijn tatoeage met een nazi-symbool toonde aan allochtone gedetineerden. De directie informeerde het CPT dat deze zaak onderzocht wordt.

De materiële voorzieningen in de psychiatrische annex zijn globaal genomen in orde. Jammer genoeg verblijft de meerderheid van de geïnterneerden in de andere vleugels van de gevangenissen, in overbevolkte cellen (soms op matrassen op de grond).

- Personeel

Het personeel is niet opgeleid om met de specifieke problemen van geïnterneerden om te gaan. Er is een groot tekort aan medisch personeel. Het CPT blijft, net als bij de vorige bezoeken, zeer verontrust over de behandeling van geïnterneerden. Het CPT benadrukt nogmaals dat geïnterneerden niet gestraft, maar behandeld moeten worden.

- Strafcellen

Ook in Namen was het CPT erg verontwaardigd over de omstandigheden in de strafcellen C1, C2 en C3. Er waren enkel een matras, een deken en een toilet aanwezig. Licht en verluchting zijn ondermaats. Er is geen water noch verwarming. Er is geen oproepsysteem aanwezig en de cellen zijn in een weerzinwekkend vuile staat. Het CPT riep tijdens zijn bezoek de Belgische autoriteiten op om het gebruik van deze cellen onmiddellijk stop te zetten. De Belgische autoriteiten bevestigden in juni 2005 dat de cellen tijdelijk buiten gebruik werden gesteld in afwachting van een renovatie.

De isoleercellen die momenteel wel nog in gebruik zijn, zijn echter evenmin in overeenstemming met de normen van het CPT (o.m. onvoldoende licht en verluchting)

3. Personeelsstakingen

Het CPT heeft grote aandacht besteed aan de problemen die gepaard gaan met stakingen van het gevangenispersoneel. In het bijzonder wees het CPT op het overlijden van twee gedetineerden tijdens de staking van september 2003 in de gevangenis van Andenne.

De omstandigheden waarin de gedetineerden zich bevinden tijdens personeelsstakingen zijn dramatisch. De gedetineerden moeten op cel blijven, activiteiten worden afgeschaft, bezoek en toegang tot advocaat verlopen moeizaam, zelfs elementaire zaken zoals douchen, telefoongebruik, enz. worden beperkt of afgeschaft. Tijdens stakingen worden de veiligheidstaken overgenomen door de federale politie. Hun opdracht beperkt zich tot het verzekeren van de veiligheid van de instelling (niet van de veiligheid van de gedetineerden zelf). De politie-agenten zijn bovendien niet opgeleid om de taken die samenhangen met het leven in een gevangenis uit te voeren.

Ook de procedures voor overleg tussen de autoriteiten en de vakbonden zijn problematisch. Bovendien worden de termijnen voor een stakingsaanvraag doorgaans niet gerespecteerd. De gevolgen voor de gedetineerden zijn catastrofaal.

Het CPT meent dat het instellen van een gegarandeerde dienstverlening in tijden van staking de enige oplossing is om de rechten van de gedetineerden te vrijwaren en om dramatische gebeurtenissen, zoals in september 2003 in Andenne, te vermijden.

III. Psychiatrische instellingen

Aan beklaagden die niet verantwoordelijk kunnen worden geacht voor hun daden omdat ze lijden aan een psychiatrische aandoening of geestesziekte, kan een interneringsmaatregel worden opgelegd. In theorie krijgen ze dan een medisch-psychiatrische behandeling op maat. In de praktijk worden geïnterneerden worden vandaag meestal ondergebracht in de psychiatrische annex van een gevangenis. Maar het kan ook anders…

Het CPT bezocht twee instellingen voor geïnterneerden, het ‘Centre Hospitalier Jean Titeca’ in Brussel en Sint-Camillus in Bierbeek. In het eerstgenoemde centrum ging het om een opvolgingsbezoek, waarbij de aandacht vooral uitging naar de uitvoering van eerder gedane aanbevelingen, in het bijzonder over het overmatig gebruik van dwangmiddelen en isolatie.

1. Het ‘Centre Hospitalier Jean Titeca’

- Leefomstandigheden

Zowel in de afdeling voor jongeren als in de afdeling voor vrouwen worden de materiële omstandigheden goedgekeurd door het CPT. Ook het weekprogramma van de jongeren is evenwichtig opgebouwd.

- Verzorging

In beide afdelingen stelt het CPT een nijpend tekort vast aan gekwalificeerd verzorgend personeel. In de vrouwenafdeling zijn de contacten tussen het personeel en de patiënten erop achteruit gegaan sinds het vorige bezoek.

De verzorgingsprogramma’s worden positief geëvalueerd. Het comité merkt wel op dat bijkomende ondersteunende activiteiten (zoals ergotherapie) op de vrouwenafdeling nog te weinig toegankelijk zijn.

Tot slot formuleert het CPT ernstige bedenkingen wat betreft de toestemming van de patiënt tot behandeling. Het personeel is duidelijk niet op de hoogte van de bestaande criteria hierover. De toestemming van de patiënten wordt dan ook niet uitdrukkelijk gevraagd, laat staan geregistreerd.

- Slechte behandeling

De CPT-delegatie kreeg bij contact met patiënten geen klachten over slechte behandeling door het personeel. Wel rijzen in de vrouwenafdeling problemen wat betreft het onderzoek aan het lichaam. Voor een patiënt in een isolatiecel wordt opgesloten, wordt steeds aan en in het lichaam gezocht naar mogelijk gevaarlijke voorwerpen. Voor sommige patiënten is dit een traumatiserende ervaring, ook al gebeurt dit door vrouwelijk verzorgend personeel. De verantwoordelijken van het centrum zijn hiervan op de hoogte en werken aan een protocol dat de onderzoeken beter regelt.

- Dwangmiddelen en isolatie

Er is sinds het vorige bezoek van het CPT te weinig vooruitgang geboekt wat betreft het gebruik van dwangmiddelen en isolatie. Het CPT begrijpt dat het gebruik hiervan samenhangt met de middelen en het personeel ter beschikking en de ernst van de pathologieën. Tegelijkertijd wordt opgemerkt dat een isolatie die meerdere dagen duurt nooit verantwoord kan worden en een slechte behandeling uitmaakt.

2. Het Universitair Psychiatrisch Centrum Sint-Camillus

Sint-Camillus hangt af van de Vlaamse Gemeenschap. Sinds 2002 loopt er een pilootproject, gestart en gefinancierd door de federale overheid, voor de opvang van “medium risk” geïnterneerden. Het CPT is dan ook voornamelijk bezorgd over de voortzetting van het project.

- Leefomstandigheden

Het CPT is zeer positief over de materiële voorzieningen. De kamers zijn groot genoeg, netjes en voldoende verlicht en verlucht.

- Verzorging

De behandeling van de patiënten wordt positief geëvalueerd. Er is bovendien voldoende gekwalificeerd personeel. Het CPT is wel verontrust door het nieuws dat in het personeel zal gesnoeid worden om budgettaire redenen. Het dringt er dan ook op aan dat teruggekomen wordt op de beslissing om te besparen op personeel.

- Garanties bij gedwongen plaatsing

Tot slot bekritiseert het Comité de werking van de Commissies voor de Bescherming van de Maatschappij. Een interneringsmaatregel wordt opgelegd voor onbepaalde duur. In principe heeft elke geïnterneerde om de zes maanden recht op herziening van zijn dossier door de CBM. In werkelijkheid is van herziening nauwelijks sprake. (In Leuven duurt het gemiddeld 5 jaar eer een dossier wordt behandeld). Het CPT beveelt dan ook aan dat de overheid maatregelen neemt opdat elk dossier automatisch herzien zou worden op regelmatige tijdstippen.

3. Wetgeving

Het CPT dringt erop aan dat werk gemaakt wordt van een statuut voor geïnterneerden.

IV. Het gesloten centrum De Grubbe in Everberg

Het CPT is overwegend positief over zijn bezoek aan Everberg. De kamers zijn net en goed uitgerust, er zijn ruime mogelijkheden voor sport en ontspanning, het personeel is gemotiveerd en de algemene sfeer is goed. Toch zijn er enkele fundamentele kritieken, vooral wat betreft de medische voorzieningen en de tuchtsancties. Verder heeft het CPT bedenkingen bij de tijdelijke opvang van jongeren in een isoleercel of in een andere taalgroep dan deze waartoe hij behoort.

1. Medische voorzieningen

Het CPT stelt vast dat het medische team te beperkt is. Elke dag wordt het centrum van 12u30 tot 13u30 bezocht door een huisarts en een verpleegster. Zij behandelen op een uur tijd gewoonlijk ongeveer 15 jongeren. Er is dus enkel tijd voor een heel oppervlakkig onderzoek.

De verdeling van medicijnen (ook weinig gebruikelijke neuroleptica en anti-depressiva) gebeurt door opzichters die hiervoor niet gekwalificeerd zijn. Deze praktijk brengt ook een schending het medisch geheim met zich mee.

Elke jongere die aankomt in het centrum wordt aan een medisch onderzoek onderworpen. Er wordt een algemeen medisch dossier opgesteld. Het CPT wijst erop dat de inhoud van dit dossier vaak te beperkt is. Bij wijze van voorbeeld wordt een dossier aangehaald dat enkel de volgende vermelding bevat : « hart en longen volledig normaal, sport ok ». Twee dagen later werd dezelfde jongen opnieuw onderzocht, en werden verschillende verwondingen vastgesteld die opgelopen waren bij een ondervraging voorafgaand aan het eerste onderzoek.

Vreemde jongeren worden bij dit eerste onderzoek niet bijgestaan door een tolk.

Het CPT beveelt aan dat elke jongere bij zijn aankomst onderworpen wordt aan een volledig medisch onderzoek, in dien nodig in aanwezigheid van een tolk. Na elk onderzoek moet een verslag gemaakt worden dat alle relevante verklaringen van de jongere vermeldt. Verder moet het verslag de objectieve vaststellingen van het onderzoek en de conclusies van de geneesheer bevatten.

2. Tucht

Hoewel in het Intern Reglement van Orde sprake is van een lijst van mogelijke tuchtsancties, bestaat deze lijst niet. Jongeren kunnen zo een sanctie opgelegd krijgen (uitsluiting uit de groep, opsluiting in hun kamer gedurende maximum 24u) zonder dat hiervoor een reglementaire of wettelijke basis voorhanden is. Ook de procedure voor tuchtsancties is niet schriftelijk vastgelegd. Minderjarigen die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap vallen, werden zelfs niet gehoord. Het CPT waarschuwt dan ook voor willekeur bij het opleggen van tuchtsancties.

Het CPT beveelt aan dat een lijst van sanctioneerbare gedragingen en bijhorende sancties wordt opgesteld. Het wijst op de nood aan een duidelijke procedure die voldoende waarborgen biedt voor de betrokken jongere. In elk geval moet de jongere gehoord worden en in beroep kunnen gaan tegen de sanctie.

3. Isoleercellen

Uit het onderzoek van het CPT blijkt dat isoleercellen af en toe gebruikt worden in situaties waar dit niet aangewezen is. Zo wordt af en toe een jongere in een isoleercel ondergebracht in afwachting van een andere vrije kamer of bij besmettelijke ziekte (hoewel elke jongere over een eigen kamer beschikt). Het CPT wijst erop dat gebruik van isoleercellen in deze gevallen ongepast is.

4. Taalgroepen

Het centrum bevat een beperkt aantal plaatsen voor de Vlaamse en Franstalige Gemeenschap. Wanneer één gemeenschap plaatsen tekort heeft, terwijl de andere er over heeft, gebeurt het wel eens dat een jongere tijdelijk onder het regime van een andere gemeenschap komt dan die waartoe hij behoort. Deze jongeren krijgen geen enkele vorm van pedagogische begeleiding en kunnen niet deelnemen aan activiteiten georganiseerd door de gemeenschappen. Zij kunnen enkel af en toe wandelen onder toezicht van het federaal bewakingspersoneel.

V. Gedwongen uitwijzing van vreemdelingen

Vooraf moet opgemerkt worden dat het CPT enkel de centra bespreekt die het in 2005 bezocht, m.n. het INAD-centrum en de transitzones. Dat het Comité geen kritiek uit op de ‘centra voor illegalen’, mag dus in geen geval leiden tot de conclusie dat er geen mensenrechtelijke problemen rijzen.

1. Algemeen

Het CPT stelt vast dat België op een meer bedachtzame wijze de uitwijzing van vreemdelingen organiseert. Dit is voornamelijk het gevolg van de aanbevelingen van de rapporten Vermeersch, die zijn opgemaakt na de dood van Semira Adamu bij haar uitwijzing.

Zo is bijvoorbeeld meer geïnvesteerd in de opleiding van de politieagenten die de uitwijzing in goede banen moeten leiden.

2. Slechte behandeling

Het CPT heeft contact gehad met een aantal personen die een uitwijzingspoging achter de rug hadden. Geen van hen had klachten over slechte behandelingen. Er zijn jaarlijks wel een aantal klachten, die door het Comité P en de algemene inspectie van de federale politie opgevolgd worden. Het CPT zou graag informatie over deze klachten ontvangen.

3. Het INAD-centrum

De delegatie bezocht het INAD Centrum, dat zich op de nationale luchthaven bevindt. De vreemdelingen die daar opgesloten zijn, bevinden zich volgens de overheid niet op Belgisch territorium en wachten er om met de eerstvolgende vlucht terug gestuurd te worden. De duur van het verblijf in het INAD Centrum varieert van vier uur tot drie dagen. Deze termijn kan oplopen wanneer de persoon aan wie de toegang tot het territorium van de Belgische staat geweigerd is, hiertegen in beroep gaat.

Het is duidelijk dat wat deze praktijk betreft, de aanbevelingen van vorige CPT –rapporten niet zijn opgevolgd. De personen die vastgehouden worden in het INAD Centrum hebben immers nog altijd niet de mogelijkheid om even naar buiten te gaan, in de frisse lucht. Zij kunnen ook geen bezoek ontvangen van familieleden, van vrienden of van een advocaat.
Wat dit laatste betreft, is enkel telefonisch contact toegestaan. Bovendien worden de vluchtelingen niet systematisch geïnformeerd in een taal die ze verstaan, over hun rechten en hun juridische situatie. Tenslotte is er niets voorzien wat het dagelijks bezoek van een verpleger betreft.

4. Transitzones

De praktijk om mensen maandenlang vast te houden in de transitzone van de luchthaven is voor het CPT onverdedigbaar. Zo werd er een groep personen van Afrikaanse origine in de transitzone vastgehouden van december 2003 tot en met mei 2004. Het CPT heeft in haar rapport van 1993 reeds duidelijk gezegd dat de infrastructuur van de luchthaven maar volstaat voor een verblijf van een paar uren. Deze situatie is nog niet veranderd. Het CPT benadrukt dat deze handelswijze niet door de beugel kan. Het CPT beveelt dan ook aan dat de Belgische overheid onmiddellijk maatregelen neemt om definitief een einde te stellen aan deze praktijk.

Het volledige rapport van het CPT is consulteerbaar op:

http://www.cpt.coe.int/documents/bel/2006-15-inf-fra.htm

10:10 Gepost door Jan Boeykens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: comite preventie foltering |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.